info@aalst.ooginstituut.be +32 53 21 68 39
Vlokjes en lichtflitsen

Glasvochtvlokken, of "floaters", komen bij de meeste mensen voor als het zien van kleine vliegjes, spinnenwebjes of draadjes, welke zich traag voort bewegen over het gezichtsveld. Dikwijls is het zo dat wanneer men naar het vlokje tracht te kijken dit wegspringt en als men weer recht voor zich kijkt dat het traag terug komt in het centraal zicht. Deze vlokjes zijn het best te bemerken als men kijkt naar heldere egale oppervlakten (vb. blauwe hemel, wit oppervlak...).

"Fotopsie", of het zien van lichtflitsen, komt meestal voor als plotse kleine flitsen in het perifere gezichtsveld.

Zowel vlokjes als lichtflitsen zijn meestal te wijten aan een leeftijdsproces van het glasvocht, de heldere geleiachtige massa dat de binnenzijde van het oog opvult. In de meeste gevallen zijn vlokjes en lichtflitsen niet meer dan kleine probleempjes, waarvoor geen specifieke behandeling nodig is. In sommige gevallen, echter, kan het plots optreden van vlokjes of lichtflitsen een voorteken zijn van een ernstiger oogziekte.

Hoe ontstaan vlokjes?

Het netvlies is de zeer dunne structuur dat de achterzijde van het oog vormt, waarop het beeld, dat we zien rondom ons, gevormd wordt en doorgegeven wordt via de oogzenuw naar de hersens. Het licht dat het oog binnenkomt wordt door de lens en het hoornvlies scherp gebracht op het netvlies. Hiervoor moet het licht door het heldere glasvocht gaan ten einde een scherp beeld te vormen op het netvlies.

Vlokjes zijn eigenlijk kleine strengetjes van cellen en veranderingen in structuur, die zich gevormd hebben in het glasvocht. Wanneer nu het licht geprojecteerd wordt op het netvlies, geven deze structuurtjes een kleine schaduw op het netvlies dat gezien wordt als vlokjes. Met de leeftijd begint het glasvocht lichtjes te veranderen van structuur en kunnen deze vlokjes optreden. Bewegingen van het glasvocht ten gevolge van oogbewegingen, maken dat ook deze vlokjes meebewegen.

Wat zijn lichtflitsen?

Het glasvocht ligt tegen het netvlies. Wanneer bewegingen van dit glasvocht nu lichte trekkracht op het netvlies uitoefenen, kan dit gepaard gaan met het zien van lichtflitsen. Het verschijnen van plotse vlokjes of lichtflitsen mag ten gevolge zijn van deze plotse bewegingen van het glasvocht. Dit mag een alarmteken zijn voor het ontstaan van retinale gaatjes of scheuren, eventueel gepaard gaande met een kleine bloeding in het glasvocht, wat de vlokjes veroorzaakt.

Retinale gaten en scheuren kunnen aanleiding geven tot netvliesloslating en definitief verlies van het zicht. Indien onbehandeld kan vloeistof uit het glasvocht door deze retinale gaten achter het netvlies komen en zo het netvlies losmaken. Afhankelijk van de graad van netvliesloslating kan dit leiden tot gedeeltelijke of totale netvliesloslating.

Retinale gaatjes of scheuren kunnen doorgaans behandeld worden zonder grote chirurgische ingrepen, indien ze bijtijds gediagnosticeerd zijn. Om deze redenen moet bij de verschijning van plots optreden van vlokjes of lichtflitsen het oog gecontroleerd worden door uw oogarts. Zonder een grondig oogonderzoek is het onmogelijk te zien of deze symptomen een alarmteken zijn dan wel volledig veilig.

Onderzoek en diagnose

Ten einde het bestaan van dreigende retinale gaatjes of scheuren te ontdekken, is een degelijk oogonderzoek noodzakelijk. Hierbij worden enkele oogdruppels in het oog gedaan om de pupil te verwijden en zo het netvlies te kunnen onderzoeken. Ten gevolge van deze druppels kan het zicht enige uren wazig zijn.

Indien retinale gaten of scheuren aanwezig zijn, zal moeten overgegaan worden tot laserbehandeling van dat oog ten einde een evolutie naar netvliesloslating te voorkomen. Deze behandeling is doorgaans pijnloos. Hiervoor wordt een contactglas op het oog geplaatst om het netvlies in detail en onder vergroting te kunnen zien.

Vlokjes of "floaters" hoeven geen behandeling en zijn volledig veilig. Ze kunnen wel vervelend zijn wanneer ze zich in het centraal zicht bevinden. Bij bewegen van de ogen is het mogelijk ze uit het gezicht te doen verdwijnen. Mettertijd geven deze vlokjes minder problemen daar ze lichtjes verdwijnen uit de gezichtsas en daar men meer gewoon raakt aan deze vervelendheid. Volledig verdwijnen doen deze echter niet. Operatief wegnemen van deze vlokjes is te risicovol zodat dit niet aangewezen is.

Vanzelfsprekend is de toestand van elke patiƫnt uniek. Uw problemen zullen dan ook uitvoerig met U besproken worden.