info@aalst.ooginstituut.be +32 53 21 68 39
Netvlies trombose

Wat is een trombose?

Het oog is een bolvormig orgaan. De binnenbekleding hiervan vormt het netvlies. Dit is het deel van het oog dat de beelden van de buitenwereld opvangt en via de oogzenuw doorstuurt naar de hersenen , alwaar deze worden geïnterpreteerd.

Dit netvlies bevat heel wat bloedvaten, aanvoerende slagaders en afvoerende aders. Trombose is een aandoening waarbij er in de bloedvaten een bloedstolsel, de zogenaamde trombus, gevormd wordt. Trombose kan ontstaan in slagaders en aders. Een slagaderlijke trombus leidt tot een verminderde bloedtoevoer in de weefsels die door deze slagader worden verzorgd. Een typisch voorbeeld voor deze slagaderlijke trombosen is een hartinfarct of een herseninfarct. Een aderlijke trombus leidt tot verminderde bloedafvoer en zwelling. Een bekend gevolg van deze aderlijke trombosen zijn de ‘diepe veneuze trombosen’.

Bloedvatafsluitingen of trombosen kunnen zich ook in het netvlies voordoen zowel in de aders (venen) of in de slagaders (arteriën).

Veneuze trombose in het netvlies

Dit vormt veruit de meest frekwente oorzaak voor bloedvatafsluitingen in het oog. Door de afsluiting van één van de venen of afvoerende aders , kan het bloed niet meer worden afgevoerd. Hierdoor gaat het hele bloedvatensysteem uitzetten, de wanden gaan lekken en dit veroorzaakt bloedingen en vochtlekkages in het netvlies. Bij een afsluiting van één kleine ader wordt een klein deel van het netvlies beschadigd , men spreekt dan van een ‘taktrombose’. Wanneer de grote hoofdader van het oog wordt afgesloten, treedt de lekkage in het gehele netvlies op , in dit geval spreken we van een ‘centraal veneuze trombose’.

Afhankelijk van de grootte van de afgesloten ader treedt gezichtsverlies - of het zien van een wazige vlek - op in een deel of over gans het gezichtsveld.

Omdat er door stuwing een slechte aanvoer van vers bloed ontstaat kan er zich in grote gedeelten van het netvlies een zuurstoftekort ontwikkelen. Hierdoor zal het netvlies als een soort herstelreactie bepaalde stoffen afgeven die de groei van nieuwe bloedvaatjes stimuleren. Deze nieuwe bloedvaatjes zijn echter van slechte kwaliteit en gaan snel bloeden. Indien deze nieuwe bloedvaten zich vormen op andere plaatsten dan het netvlies, zoals op de iris en in de voorkamerhoek (of het interne vochtafvoersysteem), kunnen ze aanleiding geven tot ernstige drukstijging in het oog (neovasculair glaucoom).

Behandeling

1. Algemeen

Aangezien veneuze trombose frekwenter optreedt bij patiënten met te hoge bloeddruk, aderverkalking, suikerziekte, te hoge cholesterol, roken,... worden de patiënten vaak doorverwezen naar de huisarts , internist of cardioloog voor een onderzoek van hart en bloedvaten.

3. Laserbehandeling

Een laserbehandeling is altijd noodzakelijk wanneer er tekenen zijn van het vormen van neovascularisatie of nieuwvaatvorming, omdat dergelijke bloedvaatjes snel kunnen gaan bloeden of een ernstige oogdrukstijging en hierdoor een pijnlijk oog kunnen veroorzaken. Dergelijke behandeling heeft in eerste plaats de bedoeling om deze complicaties te voorkomen en dus niet om beter te gaan zien. We noemen deze behandeling een panretinale laserbehandeling.

Bij vocht in de gele vlek of de macula kan laserbehandeling ook zinvol zijn, vooral in de gevallen van een taktrombose of de afsluiting van een kleine ader. De laserbehandeling kan er dan voor zorgen dat het aanwezige vocht sneller wegtrekt , en een zekere verbetering van het zicht kan hier uit wel soms volgen.

2. Medicatie

Vaak worden bloedverdunners voorgeschreven zoals Cardioaspirine of Asaflow ter bescherming tegen een mogelijk 2e afsluiting van een bloedvat. Indien de oogdrukken verhoogd zijn worden drukverlagende oogdruppels voorgeschreven.

4. Intravitreale inspuitingen

Door de afsluiting van een bloedvat in het oog worden stoffen (groeifactoren) vrijgegeven in het oog die het vormen van nieuwe bloedvaatjes en de lekkage van vocht in het netvlies bevorderen.

De intravitreale inspuitingen zoals cortisone preparaten  of groeifactorremmers hebben tot doel in te werken op deze groeifactoren en op die manier vochtophoping of nieuwvaatvorming tegen te gaan.

Doorgaans zijn meerdere inspuitingen nodig.