info@aalst.ooginstituut.be +32 53 21 68 39
Glaucoom

Wat is Glaucoom?

Glaucoom is een chronische aandoening van de oogzenuw waarbij vermindering van het gezichtsveld ontstaat.  Glaucoom kan voorkomen bij een hoge oogdruk, maar er bestaan ook vormen van een schijnbaar normale oogdruk waarbij de oogzenuw toch aangetast raakt.

Een oogdrukmeting alleen is dus niet voldoende. De oogarts kan het nodig vinden om bijkomende onderzoeken uit te voeren om de diagnose te kunnen stellen. Zenuwvezels kunnen niet hersteld worden: een aantasting is bijgevolg onherstelbaar is. Daarom is het belangrijk om vanaf een bepaalde leeftijd de oogdruk te laten controleren.

Er bestaan verschillende vormen van glaucoom: acuut en chronisch, secundair en congenitaal.

Bij het acute glaucoom, is er een plotse verstopping in het afvoersysteem waardoor het kamervocht ineens niet meer kan weg kan en er een plotse drukstijging optreedt. Dit is meestal pijnlijk en gaat mogelijks ook gepaard met misselijkheid en braken. Het oog kan ook rood zien.

Bij chronisch glaucoom voelt of merkt de patiënt meestal nauwelijks iets. De oogzenuw raakt echter langzaam maar zeker aangetast. Het kan jaren duren vooraleer de patiënt last begint te krijgen. Zenuwvezels kunnen echter niet herstellen, daarom is het zeer belangrijk om deze aandoening in een vroeg stadium op te sporen. De aandoening kan dan door behandeling zo veel mogelijk afgeremd worden. Daarom wordt er vanaf een zekere leeftijd aangeraden om de oogdruk te laten controleren. Secundair glaucoom ontstaat ten gevolge van een ander probleem aan het oog (trauma, andere oogziekte, ontsteking,…)

Symptomen

Acuut (gesloten hoek) glaucoom (minder frequente vorm van glaucoom):

Pijn en/of rood oog, hoofdpijn, misselijkheid en/of braken, gezichtsstoornissen (wazig zicht, halo’s…).

Chronisch (open hoek) glaucoom:

verlies van (perifere) gezichtsveld hetgeen meestal door de patiënt pas in een laat stadium opgemerkt wordt.

 

Er zijn ook bepaalde RISICOFACTOREN voor glaucoom: een familiale voorgeschiedenis, leeftijd, gebruik van cortisone, etnische achtergrond,...

2% van de Belgen ouder dan 40jr heeft glaucoom. Naarmate je ouder wordt, stijgt de kans om glaucoom te krijgen.

Onderzoeken

De oogarts onderzoekt routinematig beide ogen en zal hierbij steeds de oogdruk controleren. Bij bepaalde tekens kan het vermoeden rijzen van glaucoom. De oogarts kan dan bijkomende onderzoeken uitvoeren om dit te bevestigen of uit te sluiten.

  • Meting van de oogdruk
  • Aspect van de oogzenuw
  • Een automatisch gezichtsveld. Dit is een test waarbij de patiënt actief moet meewerken. De patiënt wordt geïnstalleerd aan een toestel: de perimeter en telkens hij/zij een lichtje ziet, moet hij op een knop duwen. Zo kunnen minder goed werkende zones in het gezichtsveld gedetecteerd worden. De test kan herhaald worden en kan dan vergeleken worden met eerdere onderzoeken om te kijken of er meer schade is dan bij een vorig onderzoek. 
  • Pachymetrie. Dit is een objectieve meting van de dikte van het hoornvlies.
  • OCT van de papil. Dit is een objectieve meting. Deze ‘scan’ meet de dikte van de zenuwvezellaag van de kop van de oogzenuw en vergelijkt deze met een normale populatie. Dit onderzoek kan weergeven of de zenuwvezellaag bij de patiënt dunner is wat zou kunnen wijzen op glaucoom. Ook bij de follow-up van glaucoom kan dit onderzoek gebruikt worden vermits  het toestel telkens het onderzoek kan vergelijken met eerdere onderzoeken. Hierdoor kan specifiek bij de patiënt gekeken worden of met verloop van tijd verdere verdunning dus achteruitgang optreedt. 
  • Gonioscopie. Bij deze test kijkt de oogarts naar de ooghoek waar het vocht wordt afgevoerd. Zo kan onder meer een onderscheid gemaakt worden tussen open of gesloten hoek glaucoom.

Al deze onderzoeken kunnen het oog niet beschadigen.

 

Behandeling

De behandeling van glaucoom bestaat voornamelijk uit het verlagen van de oogdruk. Meestal gebeurt dit in de eerste plaats met behulp van oogdruppels. Er wordt meestal gestart met 1 product maar indien de oogarts van mening is dat de oogdruk nog lager moet, kunnen meerdere producten met een verschillend werkingsmechanisme gecombineerd worden. Het is zeer belangrijk dat de oogdruppels op regelmatige basis worden gedruppeld, dus best altijd ongeveer rond hetzelfde tijdstip van de dag.

Verder kan ook een laserbehandeling uitgevoerd worden. Dit is echter niet bij iedereen mogelijk. Hierbij proberen we de afvoerkanaaltjes waarlangs het oogvocht het oog verlaat beter open te maken zodat het oogvocht beter weg kan en de oogdruk verlaagt. Afhankelijk van de reden waarom (poging tot stoppen van de druppels of als aanvullende behandeling ) men opteert voor de laser zal nadien eventueel nog verder gedruppeld moeten worden.  Deze behandeling gebeurt gewoon op de consultatie en u kan nadien gewoon naar huis. Vermijd zelf per auto te komen, maar kom met een chauffeur.

Tot slot bestaan er ook verschillende chirurgische ingrepen om de oogdruk te doen dalen. De oogarts opteert voor deze behandeling indien de vorige behandelingen nog steeds onvoldoende drukdaling geven en het gezichtsveld blijft verslechteren. Afhankelijk van de techniek wordt er een soort filter gecreëerd of geplaatst waardoor het kamervocht het oog kan verlaten. Na een ingreep heeft het lichaam tijd nodig om zich aan te passen aan de nieuwe situatie waardoor de oogdruk toch nog te hoog of te laag kan zijn (meestal is dit van voorbijgaande aard).

Schade aan de oogzenuw is niet herstelbaar. Het doel van de behandeling is verdere schade voorkomen.

Follow-up

Vermits glaucoom een chronische aandoening is (kan niet worden genezen), is levenslange follow-up belangrijk. Controle afspraken zullen vastgelegd worden op basis van de evolutie van de aandoening. Als we zien dat de patiënt stabiel is, wordt de periode tussen de controles verlengd, wanneer het wat minder goed gaat, volgen de controles elkaar sneller op. Bij sommige patiënten stijgt de oogdruk na een tijd opnieuw (soms na jaren van goede respons op de behandeling). Het blijft dus noodzakelijk om je verder te laten opvolgen door een oogarts, ook als alles goed blijkt te gaan. De behandeling heeft als doel het ziekteproces af te remmen of te stoppen, maar geneest de aandoening niet.